durozinc
colorzinq.png

Belangrijke informatie over de norm NEN-EN-ISO 1461.

1. Het basismateriaal:
Reactief basismateriaal kan problemen geven tijdens het verzinken.
De bestandsdelen in het basismateriaal welke voor een donkergrijs en/of ruw oppervlak zorgen, zijn Silicium en Fosfor.
Dit is alleen wanneer de hoeveelheden afwijken van onderstaande de uitkomst uit onderstaande formule´s:

Formule´s: 1= perfect verzinkbaar / 2= Goed Si killed staal
1. Silicium (Si) + Fosfor (P) < 0,05%
2. Si(%) - 10P(%) > 0,05% en SI < 0,4%

 normen_img01.PNG

 
2. Essentiële informatie:
Het nummer van de norm (NEN-EN-ISO 1461), moet door de opdrachtgever aan de verzinkerij worden verstrekt bij het verstrekken van een opdracht.


3. Ontwerpen van constructies:

Bijlage C van norm NEN-EN-ISO 1461 stelt: ´Het ontwerp van de voorwerpen die thermisch moeten worden verzinkt moet geschikt zijn voor dit proces. De opdrachtgever zou de verzinkerij om advies moeten vragen, voordat hij een voorwerp ontwerpt of maakt, dat vervolgens thermisch moet worden verzinkt, omdat het noodzakelijk kan zijn de constructie van het voorwerp aan te passen voor dit proces´.


4. Minimumdeklaagdiktes op materialen die niet gecentrifugeerd zijn:

Voorwerp en dikte voorwerp  Plaatselijke deklaagdikte
(minimum)a      µm
 Gemiddelde deklaagdikte
(minimum)a      µm
Staal ≥ 6mm  70  85
Staal ≥ 3mm tot < 6mm 55 70
Staal ≥ 1,5 mm tot < 3mm 45 55
Staal < 1,5mm 35 45

5. Spanningen in het basismateriaal en als gevolg van lassen.
Materiaalspanningen in het basismateriaal komen vrij tijdens het verzinkproces en kunnen voor vervorming van het voorwerp zorgen.

Met name koudgevormde materialen, kunnen bros worden, afhankelijk van de mate van de koudvervorming en het type staal.
Als gevolg van de warmtebehandeling tijdens het verzinkproces zal de veroudering van dergelijke staalsoorten versnellen.
Dit kan voorkomen worden door materialen te gebruiken die hiervoor niet gevoelig zijn. Door een warmtebehandeling voor het chemisch voorbehandelen en verzinken kunnen de spanningen ontlaten worden.

Door het lasproces worden spanningen is een constructie gebracht en deze zullen tijdens het verzinkproces vrij komen.
Dit kan als gevolg hebben dat een samengesteld object gaat vervormen.
Door een bepaalde lasvolgorde te volgen is de spanning die in het object wordt gebracht, beduidend te verminderen.
Hierover is informatie te verkrijgen bij de thermische verzinkerij.
 

6. Uiterlijk:
Bij een normale visuele inspectie moeten alle relevante oppervlakken van het verzinkte voorwerp vrij zijn van verdikkingen in de vorm van blaren (d.w.z. verhoogde gedeelten zonder vast metaal eronder), ruwheid en scherpe punten (indien dit letsel kan veroorzaken) en onverzinkte plekken.

N.B.: “Ruwheid” en “gladheid” zijn relatieve begrippen.

Het optreden van donkere of lichtere grijze plekken of enige oneffenheid op het oppervlak is geen reden voor afkeuring; ook witte vlekken die door het opslaan zijn veroorzaakt is geen reden tot afkeuring. Hierbij mag de laagdikte niet lager zijn als voorgeschreven in bovenstaande tabel.

N.B.: Het is niet mogelijk om een definitie te geven van het uiterlijk en de afwerking die alle eisen in de praktijk dekt.


7. Belangrijke informatie:
Er zijn diverse gegevens die voor specifieke doeleinden vereist zijn en aan de thermische verzinkerij moeten worden verstrekt of gespecificeerd, al naar gelang wat van toepassing is.

  • Eventuele belangrijke oppervlakken en oppervlakken welke passingen behoeven waarbij er overleg met de verzinkerij moet zijn over de mogelijkheden.
  • De samenstelling en eigenschappen van het basismateriaal, die invloed op het thermisch verzinken kunnen hebben.
  • Eventuele eisen voor voorbehandeling.
  • Eventuele inspectieafspraken.
  • Eventuele extra deklagen die aangebracht moeten worden.
  • Wanneer een fabrieksverklaring afgegeven moet worden.
  • Eventuele speciale diktes van de zinklaag.De eventuele garantie welke op het werk afgegeven moet worden, welke vooraf schriftelijk is aangevraagd.

8. Bijwerken:
De onverzinkte plekken die worden bijgewerkt door de thermische verzinkerij mogen in het totaal niet meer dan 0,5% van de totale oppervlakte van een voorwerp bedragen.
Ook mogen de afzonderlijke plekken niet groter zijn dan 10 cm2. Indien de onverzinkte plekken groter zijn, zal het voorwerp herverzinkt moeten worden, tenzij tussen opdrachtgever en thermisch verzinkerij anders is overeengekomen.

Reparatiemethode:
Reparatie met een zinkstofverf is op objecten het meest praktisch uitvoerbaar. Deze methode dient als volgt te worden uitgevoerd:

  1. Eventuele losse zinkschilfertjes verwijderen.
  2. Door middel van schuren, vijlen en/of borstelen vuil en corrosieproducten verwijderen en daarna ontvetten. Over een breedte van ca. 10 mm ook de aangrenzende nog intact zijnde zinklaag op die wijze reinigen en ontvetten;
  3. Minimaal 2 lagen zinkstofverf met een langharige kwast aanbrengen. De zinkstofverf dient in de droge laag bij voorkeur ca. 90% zinkstof te bevatten.
  4. De zinkstofverf, voor een wat fraaier uiterlijk, eventueel afdekken met een zinkspray, een zink/aluminiumspray of een AL-spray, afhankelijk van de kleur van de zinklaag.

De laagdikte van de gerepareerde plek moet minimaal 30 µm meer zijn dan de in de norm voorgeschreven zinklaagdikte. De tabel bovenaan dit document vermeldt de verschillende laagdikten, die behoren bij de betreffende materiaal- en zinklaagdikten.

Voor verdere adviezen, verwijzen wij u naar de afdeling verkoop & advies van verzinkerij Zincoat te Veenoord.
Contactpersonen:
Martijn Levelink e-mail: mlevelink@zincoat.nl
Hugo Kuiper e-mail: hkuiper@zincoat.nl


Zincoat BV

Boerdijk 32
7844 TC Veenoord
Tel: 0591- 55 13 23
Fax:0591- 55 14 29
e-mail: info@zincoat.nl

 

 

 

 

 
 
eternety_design.png